A1 Airey Gestel is een onderdeel van

Informatie

Green Deal Brabant Casus A1. ESCO voor huurwoningengroep van Woonbedrijf te Eindhoven

Op deze pagina leest u over een Green Deal Brabant casus in de categorie ‘A- groep gebouwen en hun omgeving’. Het betreft een gebied/wijk/buurt in de gemeente Eindhoven met een groep huurwoningen in eigendom van woningcorporatie Woonbedrijf. Een groep instanties maakt hier de deal om een vernieuwend concept van een Energie Service Company (ESCO) (zie definitie hieronder) samen te stellen.  Daarbij is de inzet om samen met de bewoners een learning community te worden als het gaat om slimme, groene energievoorziening en hoe hier mee wordt omgegaan. De casus omvat twee stappen:

1- Vorming vernieuwend ESCO concept. Het maken van plannen voor de renovatie van de Airey-wijk in Eindhoven is reeds gestart (stand van zaken november 2012). De architectonische en bouwkundige kaders en deelnemende partijen liggen grotendeels vast. Wat nog ontbreekt is de installatiekundige invulling op huis- en/of wijkniveau als het gaat om energie. Woonbedrijf heeft circa 5 verschillende concepten op het oog, echter nog geen enkel concept  speelt volgens Woonbedrijf voldoende in op het creëren van een ‘van-en-voor-bewoners’ ervaring. 

Diverse partijen uit het cluster Smart Energy Regions zijn bereid te klankborden met het Woonbedrijf en Gemeente Eindhoven om te komen tot een vernieuwend energie serviceconcept voor de Airey-wijk. Hierbij wordt bezien hoe de bewonersbehoeften centraal kunnen staan en duurzame energievoorzieningen kunnen bijdragen aan oplossingen voor diverse  problemen en behoeften die huurders hebben om een goed leefbare wijk te hebben. De coöperatie MorgenGroeneEnergie (MGE) heeft reeds ervaring met het aanbieden van aantrekkelijke services voor ‘eigenaar-bewoners’. Zij stelden in de aanloop van de Green Deal - in dialoog met diverse partijen - ondertussen een indicatief pakket aan producten en diensten samen die ook geschikt zou kunnen zijn voor ‘huurder-bewoners’. Dit zou bij een collectief eigendom kunnen worden aangeboden waardoor zij ook kunnen profiteren van vernieuwende energieservices. Daarbij is sprake van ‘energie van en voor bewoners’ georganiseerd via een buurt(energie)coöperatie en het tot stand brengen van een organisatorische entiteit die onder andere kapitaal en risico’s op een professionele wijze exploiteert (werktitel Energie Service Company-VVB).

Buurt(energie)coöperatie  =  organisatie waarin de bewoners van een wijk zijn verenigd en hun wensen bepalen met betrekking tot duurzame energie in de wijk en tevens acties uitzetten bij andere organisaties zoals bijv. een professionele organisatie die de investering (in o.a. apparatuur) en (exploitatie)risico’s uitvoert.

Energie Service Company (Van en Voor Bewoners (VVB)) = een instantie die de installatie investering doet, optimaal inregelt en de exploitatierisico’s professioneel  beheert. Het verzorgt de professionele levering en exploitatie  van hetgeen collectief is gewenst (bijv. een collectieve opslag van warmte of elektra) en verzorgt dat de diverse individuele bewoners uit de buurt/wijk ieder naar eigen behoefte  kan participeren.


Figuur 1: Definities (vertrekpunten voor deze casus)

Het Woonbedrijf definieerde reeds een benaderingswijze voor de renovatie van de Airey wijk (de Aireyraket). Met deze benaderingswijze beoogt zij bewoners actief te betrekken bij de renovatie en samen toe te werken naar een energieneutrale wijk.  Dit sluit aan op de doelstelling van Gemeente Eindhoven om in 2035 energieneutraal te zijn. Deze casus legt vast dat het Woonbedrijf de coöperatie MorgenGroeneEnergie - en alle instanties die denken een bijdrage te kunnen leveren - uitnodigt om mee te denken over de totstandbrenging van een ESCO voor de Airey. Een onderdeel van dit proces kan zijn een ‘call for ideas’ voor het te ontwikkelen ESCO-concept. Hierbij zullen de participanten effectief de koppeling leggen tussen de huidige aanpak van het Woonbedrijf in de Airey en eigen inzichten en expertise. Omdat de aanpak voor de Airey reeds is ontwikkeld en er tijdsdruk bestaat voor het inpassen van nieuwe plannen, kan het zijn dat slechts een gedeelte van dit vernieuwende ESCO- concept in deze wijk kan worden gerealiseerd.

Met de hierboven aangegeven benaderingswijze voor de renovatie van de Airey wijk wordt gewerkt aan collectieve energievoorziening op buurtniveau. Deze brede aanpak van betrekken van de bewoners wordt de Buurttransformator genoemd en verwacht wordt dat hiermee in de Airey wijk tot aan het einde van 2013 ervaringen worden opgedaan. Met deze ervaringen wordt een volgende fase ingezet. 

2- Toepassing vernieuwend ESCO-concept. Vanaf begin 2014 worden andere grote delen van het woningbezit te Eindhoven gerenoveerd. Hierbij is nu beoogd dat er in minstens 5 buurten verschillende benaderingen en energieconcepten worden toegepast.  In deze Green Deal leggen woningcorporatie Woonbedrijf en Gemeente Eindhoven hun bereidheid vast om een vernieuwende ESCO-concept (dat voortkomt uit stap 1) ook in (minstens) 1 van deze buurten toe te passen.  Voorwaarde hierbij is dat het Woonbedrijf voldoende vertrouwen heeft in het ontwikkelde nieuwe ESCO concept en er tevens voldoende commitment is met diverse andere randvoorwaardelijke partijen zoals de gemeente Eindhoven. Dit nieuwe ESCO concept wordt hierna genoemd ‘ESCO van en voor bewoners (VVB)´. Daarbij brengen MorgenGroeneEnergie en een consortium van partners de beoogde ESCO-service in een valideerbare omgeving (Energy Living Lab) tot stand; dit wordt hieronder nader uitgelegd. Het doel daarvan is om bij bewezen succes een groter volume van uitrol mogelijk te maken. In figuur 2 staat aangegeven welke soorten partijen passen in het consortium.  

 esco

Figuur2:  Soorten partijen die nodig zijn voor vorming en validatie van vernieuwend ESCO-concept.

 

Nadere beschrijving van deze casus

De ‘huurder-bewoners’ van de buurt met de ESCO VVB krijgen van het Woonbedrijf in stap 2 een beter geïsoleerd huis aangeboden. De ervaring die daarvoor nodig is doet het Woonbedrijf nu op in de Airey-wijk. Daarbij hebben bewoners een pakket aan keuzemogelijkheden die vooral bouwkundig van aard zijn. Dit betreft de mate van isolatie, veranderingen in de schil en/of het dak. Er zijn diverse keuzemogelijkheden voorzien, waardoor we ook wel spreken over ‘een serie van 1’. Het Woonbedrijf heeft de intentie om haar bezit aan woningen minimaal naar een isolatieniveau van label B te brengen.

Als gevolg van de bouwkundige keuzen van de bewoner kunnen mogelijk tegelijkertijd installatieonderdelen worden aangebracht. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan zonnecollectoren (voor warmte) en zonnepanelen (voor elektriciteit) op het nieuwe dak. De intentie is dat iedere bewoner zijn eigen unieke combinatie kan kiezen van apparatuur (binnen bepaalde grenzen). Het leveren en optimaal functioneren van deze apparatuur wordt ondergebracht bij de Energy Service Company (ESCO-VVB). Daarbij is de gedachte dat ook de niet-individueel geclaimde delen van de installatie in beheer zijn van de ESCO-VVB. Tezamen vormt dit een moderne energiehuishouding in de wijk, waarin de bewoners de rol spelen die past bij hun behoeften en mogelijkheden.   

In deze casus is de deal dat onder aanvoering van MorgenGroeneEnergie een innovatieve groep van Triple Helix partijen meedenkt omtrent de stappen die nodig zijn om te komen tot een ESCO VVB. Met name de wijze van benaderen van bewoners om vanuit de eigen intrinsieke belangstelling meer zelf met energie te doen. Dit meedenken moet uiteindelijk resulteren in een ESCO met services en producten die gemakkelijk uit te rollen is in een andere wijken. De beoogde start van uitrol is begin 2014.

De ‘huurder-bewoners’ in huizen van Woonbedrijf betalen nu - in een standaardsituatie en vóór de renovatie - een maandhuur voor de standaard installatie-uitrusting van de woning. Dat is veelal een warmteleverende installatie: een ruimteverwarmingsinstallatie met een CV-ketel, eventueel in combinatie met een boiler voor warm tapwater. In de nieuwe situatie hebben zij naast mogelijkheden om zelf warmte uit de zon te verkrijgen als ook de mogelijkheid om zelf elektriciteit te produceren (en hiervan voordeel te genieten). Doel hierbij is dat de partijen uit figuur 2  leren hoe de producten en diensten – gebruik makend van de feedback en gebruikservaringen – steeds aantrekkelijker kunnen worden om ze uiteindelijk voor een groot publiek geschikt te maken. De ‘huurder-bewoners’ in deze casus kunnen via de ESCO:

1        Zelf produceren en opslaan
-zonnecollectoren (warmte)
-zonnepanelen (elektriciteit)

-micro warmtekrachtkoppeling (warmte en electriciteit)
-opslaan warmte (o.a. zonne-boiler, warmte/koude opslag)
-opslaan elektriciteit (o.a. accu elektrische auto)
-evt. ook tzt zelf produceren/opslaan (regen)water

 

2        Gebruik terugbrengen/dashboard
-inzicht in eigen gebruik
-inzicht in eigen opwek en opslag/buffering
-benchmarking/vergelijk met anderen
-tips/mogelijkheden om (door anders handelen) het beter te doen

Met deze aanvullende diensten en producten beoogt de ESCO de ‘huurder-bewoner’ te helpen een nieuwe/andere installatie te verkrijgen die zorgt dat zij minder energie verbruiken en/of kosten besparen. Onder door het vergroten van door het vergroten van inzicht in wat, wanneer en hoeveelheid energieverbruik en wat de eigen mogelijkheden zijn om op te wekken en te bufferen.

Dit geldt ook voor zaken waar de ‘huurder-bewoner’ niet individueel over beschikt, maar die collectief in de wijk/de buurt aanwezig zijn.

3        Collectief produceren (en opslaan/bufferen)
-zonnecollectoren (warmte) in wijk en wko buffering
-zonnepanelen en/of windmolen (elektriciteit) in wijk en evt. collectieve buffering (diverse technische mogelijkheden)

-micro warmtekrachtkoppeling (warmte en electriciteit)
-solarroad/fietspad (warmte en evt. elektra)
-watermolens in wijk/regio (elektra)
-vergistingsinstallatie biomassa

 

In feite wordt collectief (wijk-niveau) beoogd zoveel mogelijk zelfvoorzienend te zijn (met de warmte, de elektriciteit, het gas). Dus eerst de eigen ‘opbrengst’ slim gebruiken en verdelen, maar het surplus ook weer verkopen. Mocht de gezamenlijk installatie (nog) niet toereikend zijn, dan kunnen leden van het collectief ook groene elektra en gas verkrijgen tegen scherpe tarieven.

4        Gericht op verkopen van (overschot) energie en/of scherp inkopen
-100% duurzaam
-prijs-/tijdafhankelijk

De ESCO zorgt in feite voor een slimme lokale energiehuishouding waar meerdere apparaten (opwekking, opslag, doorgeven en gebruik) op elkaar zijn aangesloten en waar diverse mensen hun bedieningsacties uitvoeren om aan hun comfortwensen te voldoen.

5        Sturen op beschikbaarheid
-benutten van beschikbare energie (warmte, elektra en gas)
-individuele opslaan maar ook collectieve buffers
-prijs-/tijdafhankelijk

In figuur 2 zijn diverse partijen gegroepeerd aan de aanbodzijde. Zij vormen de partijen die de dienstverlening (c.q. leverantie en exploitatie van de eerste versie van het ESCO-concept) mogelijk maken. Omdat de ESCO een complexe set van techniekproducten en diensten inzet, zal de werking hiervan gevalideerd worden in een ‘living lab’. Een aparte organisatie zorgt voor een nauwkeurige validatie van vooral de interconnectie. Het ‘Energy Living Lab-VVB ’ omvat vijf partijen:
A - gebruikers/deelnemers. Dit zijn ‘huurder-bewoners’ in de te renoveren groep woningen die hebben aangegeven te willen participeren. De groep wordt samengesteld op uitnodiging van Woonbedrijf en Gemeente Eindhoven;
B - leveranciers. MorgenGroeneEnergie brengt als aanvoerder diverse technische partijen, financierings- en conceptverbeteringspartijen bijeen voor vooral technische validatie;
C - onderzoekers. Deze nog nader samen te stellen groep bestaat uit medewerkers en studenten van onder andere Universiteit, Hogeschool en beroepsopleidingen al dan niet in combinatie met professionele (organisatie)adviesbureau’s;
D - out of the box denkers – onder aanvoering van een designer zal een groep uit de designcommunity van Eindhoven die diensten en producten analyseren op usability. Doel is om uiteindelijk te komen tot een grotere marktuitrol. Analyses gebeuren op basis van input van de gebruikers (en trend/gebruiksanalyse) en inzichten met betrekking tot nieuwe concepten en technieken uit de design-community;
E - overheid. De overheid faciliteert het gebruik van deze nieuwe producten en diensten. Bijvoorbeeld door het creëren van een geschikte juridische context en/of het inbrengen van financiële zekerheden. Tevens zorgt de overheid voor communicatie naar de burger als bijdrage in de algemene bewustwording van de energietransitie.

De casus omvat dat de partijen (zoals genoemd in figuur 1) samenwerken aan een vernieuwend ESCO- concept. Bij de realisatie van het concept, spelen ook de bewoners/gebruikers een belangrijke rol. Zo wordt er samen een goede functionele vraagstelling geformuleerd. Wat moet de installatie/de lokale gemoderniseerde energiehuishouding kunnen (inclusief o.a. CO2-uitstoot cijfers)? In dit kader kunnen de betrokken partijen ook werken aan een ‘ontwerp van de ideale energiehuishouding’ voor deze groep woningen/deze wijk. Dit wordt dan in wisselwerking gedaan met het dimensioneren van bouwkundige en installatiekundige aanpassingen die bij de betreffende groep woningen/de locatie mogelijk zijn. Zie figuur 3 voor een visualisering van een nieuwe energiehuishouding van een groep woningen.

 

energie_huishouding 

Figuur 3: Voorbeeld weergave van een nieuwe energiehuishouding voor een groep woningen

 

De groep die zich tijdens de vorming van deze Green deal voor deze casus zich bereid heeft verklaard bij te willen dragen aan het opstellen van het concept, eventueel aangevuld met andere expertises die nodig zijn, staan in figuur 4.  Zij zullen werken aan de vraag hoe deze dienstverlening (producten en diensten) zijn op te zetten en hoe de organisatie van de ‘Energy Living Lab- VVB’ functioneel kan worden ingericht. Brainport Development NV zal de activiteiten met betrekking tot stap 1 begeleiden. Mogelijk ook stap 2. Een en ander is afhankelijk van de ontwikkeling tijdens stap 1 en de mogelijkheden dat een andere partij deze verdere begeleiding op zich neemt. Hiervoor zal tijdens de looptijd contact worden gehouden met diverse partijen die actief zijn om de opschalingcapaciteit van de Energietransitie te vergroten zoals het SRE (voor de regio) en het KIC InnoEnergy (in het kader van Europa). 

Het ‘Energy Living Lab-VVB’ kan eveneens worden opgesteld met belanghebbenden zoals Woonbedrijf (gebouweigenaar) en gemeente Eindhoven (gebiedseigenaar). Door samen te werken kan een aansprekende en win-win aanpak tot stand komen. Hierbij kan wellicht ook gebruik worden gemaakt van een combinatie van lokale (SRE- Stimuleringsfonds), provinciale (Energiefonds), nationale (AgenstchapNL; 'GreenInvestmentCompany GIC' initiatief van Holland Financial Centre HFC) en Europese gelden (EEI/KIC InnoEnergy, Elena, IEE, Smart Cities enzovoort).

 

 

Slimme apparaten leveranciers:
Heliox, Ecomakelaars, Suncycle, IRWIS, MTT

Onderzoekskennis-inbreng
complexe aansturing apparaten en bediening:

ESI

Herdesign van dienstverlenings-concepten:
Capital D, en/of clicknl partijen oa GBO design

Aanvullend advies, o.a.:
Smart Homes, ICSE,  KIC InnoEnergy, KIC ICT Labs, SEC, Newness, Duneworks

Juridische en financiële constructies:

o.a. Rabobank

Technieken leveranciers:
Proxenergy

Software voor aansturing:

GPX

Diverse installateurs, oa. verenigd in stichting KIEN

Analyse en afstudeergroep(en) uit onderwijs:
TUe, Avans, Fontys

 

Bouwkundige en installatiecombies: o.a. KAW-e architecten

Netbeheerder: Endinet/Alliander

Producten en service samenbrenging: MorgenGroeneEnergie


Figuur 4: Groep partijen die naar verwachting een bijdrage aan het nieuwe ESCO-VVB concept levert